Aftapwet is een feit na stemming in Eerste Kamer

Aftapwet is een feit na stemming in Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft dinsdagnacht de vernieuwde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten aangenomen, die de bevoegdheden van de AIVD en MIVD uitbreidt. Dit betekent dat de wet, ook wel de ‘aftapwet’ genoemd, van kracht wordt na ondertekening en publicatie.

De wet is aangenomen na behandeling op de laatste dag voor het zomerreces, dat donderdag ingaat. Onder de partijen die voor de wet stemden, waren VVD, CDA, PvdA, ChristenUnie, SGP, 50PLUS en de PVV. SP, D66, Partij voor de Dieren en GroenLinks stemden tegen. In de Tweede Kamer, waar de wet op 14 februari al was aangenomen, stemden dezelfde partijen tegen. Deze uitkomst is geen verrassing. Van alle veranderingen die de wet met zich meebrengt, is de uitbreiding van de aftapbevoegdheden van de AIVD en de militaire tegenhanger MIVD de belangrijkste.

Net als bij de eerdere behandeling in de Eerste Kamer, riep de wet ook dinsdag weer de nodige vragen op vanuit de verschillende partijen. Zo stelden partijen vragen aan minister Plasterk van Binnenlandse Zaken, bijvoorbeeld over het toezicht door de TIB, over de bewaartermijn van drie jaar voor verzamelde gegevens en over de reikwijdte van de nieuwe bevoegdheden. Zo wilde GroenLinks-vertegenwoordiger Lintmeijer weten wanneer een inbreuk op privacy nu precies als proportioneel wordt gezien. D66 stelde een soortgelijke vraag en merkte op dat ‘we met een lucifer in het donker lopen’ als het gaat om de kijk op de geheime diensten.

In het tweede deel van de behandeling was het aan ministers Plasterk en Hennis-Plasschaert om op de vragen van de partijen in te gaan. Daarbij beloofde Plasterk dat de voorgestelde TIB, die de rechtmatigheid van de inzet van een bevoegdheid vooraf moet beoordelen, na een periode van twee jaar geëvalueerd zal worden. Over de vraag hoe gericht het verzamelen van gegevens zal gebeuren, antwoordde de minister: “Zo gericht mogelijk.” Op de vraag van de ChristenUnie of ook pacemakers door de AIVD gehackt mogen worden, antwoordde Plasterk dat de wet techniekonafhankelijk moet zijn maar dat in dat specifieke geval een vertrouwelijke discussie met de Tweede Kamer mogelijk is.

Hennis-Plasschaert van Defensie ging vervolgens in op de bewaartermijn van drie jaar, die geldt voor verzamelde gegevens. Zij wees daarbij naar andere landen, waar langere of helemaal geen bewaartermijnen gelden. Uit ervaring van de diensten zou blijken dat drie jaar de beste keuze is. Volgens de SP is de bewaartermijn niet in overeenstemming met Europees recht.

Onder de oude Wiv, die stamde uit 2002, mochten de diensten alleen de ether aftappen. Op de kabel mocht dat ook, maar alleen als het op personen gericht gebeurde. Door de aanpassing mogen de diensten nu ook op de kabel zogenaamde ‘onderzoeksopdrachtgerichte interceptie’ uitvoeren. Deze bevoegdheid wordt door critici ook wel aangeduid als een ‘sleepnet’. Dat op grote schaal verzamelen van gegevens kan bijvoorbeeld bij internetknooppunten en providers. In april dook een document op dat nader ingaat op specifieke voorbeelden. Later bleek dat de interceptie grootschalig en stelselmatig kan plaatsvinden, zo bevestigde het kabinet.

De uitbreiding van de tapbevoegdheid is niet de enige vernieuwing in de wet. Zo mogen de diensten nu ook systemen hacken via een ander systeem, bijvoorbeeld een router. Verder hebben ze realtime toegang tot databases, bijvoorbeeld van banken, ziekenhuizen en internetproviders. Ook het delen van verzamelde gegevens met buitenlandse diensten hoort tot de mogelijkheden, na opdracht van de minister kan dit ook met ongefilterde data.

Gedurende het gehele wetgevingsproces is er veel kritiek geweest op de nieuwe wet. Onder meer door de Autoriteit Persoonsgegevens, de Raad van State, een groep van 29 wetenschappers, verschillende experts, de toezichthouder Ctivd en de Raad voor de Rechtspraak. Hoewel er wordt onderkend dat een uitbreiding van de bevoegdheden nodig is, spitste de kritiek zich toe op toezicht, waarborgen en afbakening van de bevoegdheden. Tweakers besteedde in het verleden aan de hand van verschillende artikelen uitgebreider aandacht aan de totstandkoming van de wet.

Nu het voorstel in de Eerste Kamer is aangenomen, hoeven er alleen nog ondertekening en publicatie plaats te vinden. Plasterk gaf tijdens de behandeling aan dat het de bedoeling is dat de wet in januari 2018 van kracht wordt. De organisatie Privacy First heeft eerder aangegeven een rechtszaak tegen de Nederlandse staat te willen beginnen als het wetsvoorstel zonder ingrijpende wijzigingen wordt aangenomen.