Een verkapte Europese coup

Een verkapte Europese coup

Na zeven jaar crisis beleeft Griekenland een neergang zonder einde. De trojka heeft haar immense macht misbruikt om een geleidelijke staatsgreep te plegen. ‘Het kan deze mannen niet schelen welke ellende ze bij Grieken aanrichten, ze rijden van hotel naar vergaderzaal, ze wíllen het niet zien.’

NIETS IS SURREËLER dan door Athene te dwalen met de rapporten van de trojka in gedachten. Al vanuit de verte zie je voor Evangelismos, het grootste Griekse ziekenhuis, de rij bij de eerste hulp. Het is dertig graden en binnen wacht men vijf à zes uur in een bedompt vertrek, zichzelf koelte toewuivend. Oude ambulances rijden af en aan. Meermaals schreef de trojka (van EU, imf en ecb) in de memoranda: ‘We beschermen de kwetsbaren.’ Maar de begroting van dit hospitaal is in deze jaren meer dan gehalveerd. Er is een tekort aan alles en vooral aan verplegers – in heel het land zijn er dertigduizend méér nodig, zei het ministerie van Volksgezondheid onlangs. Iedere zuster verzorgt nu zo’n vijftig zieken, ’s nachts tachtig, en velen worden ziek van de lange werkweken.

In de gangen passeren bezwete Albanese mannen met buideltasjes. Elke bezoeker krijgt een visitekaartje: bij hen kan de patiënt een televisie of een privé-ambulance huren. Of een privé-zuster, ‘altijd ervaren, toegewijd en Grieks’. Ze staat je voor vijftig euro een half etmaal bij, of helpt met douchen voor twintig. In werkelijkheid zijn het Georgische of Bulgaarse dames, die hier in de jaren van voorspoed als au pair werkten en nu zwart en zonder diploma inspringen.

‘Wie kan zich nog zo’n zuster veroorloven?’ Stathis schuifelt met zijn infuus door de ziekenhuishal. Een eind verderop wisselt een envelop van hand; de vrouw met het accent telt het briefgeld na, de Griekse huilt. ‘Twee, drie jaar terug was er een béétje spaargeld over’, zegt Stathis, ‘nu niets meer. De Albanezen neem ik het niet kwalijk; de trojka schiep hun markt.’ Af en toe valt de politie binnen en arresteert de illegale zusters. Ook de neonazi’s van de Gouden Dageraad houden soms paspoortcontroles.

Een kwart van de Grieken verloor hun ziektekostenverzekering. Toch schreef de Europese Commissie twee jaar terug: ‘De Griekse overheid moet iedereen toegang tot zorg garanderen (ook de onverzekerden)’, en: ‘Een eerlijker samenleving vereist een echt opvangnet.’

Intussen is er in de ziekenhuizen zelfs gebrek aan beddengoed, verband en medicijnen. Het aantal amateurabortussen neemt fors toe, de psychiatrie is zo goed als afgeschaft. Het hospitaal van Volos was op 20 maart door het verkleinde maandbudget heen, waarna het kankerpatiënten weerde – op bevel van het ministerie, dat van de trojka ‘zuinig’ moet zijn. Infecties slaan toe; er gaan legio verhalen over kleine ingrepen met een fataal einde. En de beste dokters vertrokken naar het buitenland.

Dit is het Griekenland van zeven jaar onder de trojka. Het is een neergang zonder einde, met dramatische gevolgen – duizenden stierven een onnodige dood, die terug te voeren valt op de besparingspolitiek. Desondanks trad de lethargie in. Nadat in juli 2015 Syriza op de knieën werd gedwongen, verstomde het protest. Demonstraties vielen stil, woede werd wanhoop, velen trokken zich in huis terug. Het Griekse nieuws verdween uit de buitenlandse media, de opstand was gesmoord, maar de crisis duurt voort.

Hoe heeft de trojka dit bewerkstelligd? Vaak valt de term ‘machtsmisbruik’, maar hoe ziet dat eruit? Welke belangen spelen er, welke drijfveren? Hoe kijkt ze terug op haar handelwijze? Op deze vragen bleven de antwoorden van de trojka uit, alle verzoeken om toelichting of een gesprek werden afgewezen door het imf en de ecb, door de Taakgroep en Jeroen Dijsselbloem. Alleen Matthias Mors, jarenlang de man van de Commissie in Athene, zegde toe. Hoewel hij uit dienst is getreden moest hij Brussel om permissie vragen, en het is hem verboden.

De trojka werkt het liefst achter de schermen, zo blijkt. Ze is het publiek geen verantwoording verschuldigd, haar macht is immens en ongecontroleerd. Aan Griekse zijde is er wel de wil tot opheldering. Dit onderzoek voert naar de Griekse ministeries van Financiën en Arbeid en naar de eurogroep, waarin de trojka het hardst regeert. Wie de betrokkenen spreekt, krijgt het beeld helder voor ogen: wat vanaf 2010 in Griekenland plaatsvindt is niets anders dan een geleidelijke staatsgreep, een verkapte Europese coup.

HET BEGON EIND 2009, de Pasok-regering kwam in het nauw door een (van Nea Dimokratia geërfd) begrotingstekort van dertien procent. De financiële markten vroegen woekerrentes voor de leningen die de Griekse staat nodig had om aan betalingsverplichtingen te voldoen. Een faillissement dreigde en Angela Merkel weigerde bij te springen. Pas toen Duitse en Franse banken bijna omvielen, omdat er tientallen miljarden uitstonden in Griekenland, besloten Berlijn en Parijs in te grijpen.

Een tweede steunronde voor banken met Frans en Duits belastinggeld viel niet te verkopen en zo was de trojka geboren: de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds zouden Griekenland ‘redden’. Zij stelden een procédé op – in akkoorden verankerd – waarbij de miljarden op een Griekse rekening verschijnen en per ommegaande terugvloeien naar de crediteuren. Tegelijkertijd werd het narratief opgetuigd van de ‘spilzieke Grieken’, wat niet geheel onwaar is, maar wat verhult dat de banken zijn gered, niet Griekenland.

Onderzoek van de Duitse esmt-universiteit toont dat 95 procent van de 216 miljard euro uit de eerste twee noodpakketten (tot 2015) naar rente- en schuldbetaling ging, naar het imf en Duitse, Franse en Griekse banken, en haast niets naar de Griekse staat. Het derde akkoord verloopt eender: de 8,5 miljard euro die de trojka in juni vrijgaf, belandde niet bij ‘de Grieken’, maar met name bij het imf en de ecb – om dat ‘te verdienen’ moest Athene voor de dertiende maal de pensioenen verlagen.

Tegelijk bespaarde Berlijn tot 2015, naar schatting van het Leibniz Instituut voor Economisch Onderzoek, zo’n honderd miljard euro op staatsobligaties doordat investeerders in Duitsland (en ook Nederland) een veilige haven zochten en hun geld er tegen zeer lage rente onderbrachten. De ecb verdiende ruim acht miljard euro aan Griekse rente, het imf ruim drie miljard.

Steeds wordt Griekenland gedwongen met besparingen akkoord te gaan door – zoals oud-minister Yanis Varoufakis het noemt – ‘financiële waterboarding’. Deze chantage gaat als volgt te werk: Athene moet aflossen en poogt de trojka’s al te strenge wensen te verzachten. De trojka weigert, tijd verstrijkt, bankroet nadert en ten slotte accepteert Athene alle eisen, hoe onmogelijk ook, waarna de trojka een deel van het geld uitbetaalt.

Dat gebeurde bijvoorbeeld in juli 2013, toen Jeroen Dijsselbloem als eurogroepvoorzitter een tranche van een paar miljard euro tegenhield omdat Athene maar aan 21 van de 22 ‘mijlpalen’ had voldaan. Die ene doelstelling ging over het ontslag van 4200 ambtenaren, maar de aangeleverde lijst telde slechts 4120 namen. De Griekse onderwijsminister wilde leraren met mastertitels vrijwaren. Nadat ook zij hun congé hadden gekregen, keerde de trojka de lening uit.

De trojka goot het beleid tot in het kleinste detail in drie ‘memoranda van overeenstemming’, alles in het Engels, die de regering de facto overbodig verklaren. In 2010 gaven Griekse ministers toe dat ze geen tijd hadden gekregen het eerste dikke document te lezen voordat ze het moesten ondertekenen. Bij het derde akkoord, in 2015, moest het parlement binnen anderhalve dag 977 pagina’s aan wetgeving accepteren, zonder een woord te wijzigen.

Het parlement kent geen autonomie meer; beslist het zelf, dan heet dat ‘eenzijdig handelen’, wat verboden is. Zo wilde Syriza voedselbonnen en stroom aan de allerarmsten geven. De trojka hoorde erover en stuurde een e-mailtje: ‘Doe het niet.’ Leeft de regering niet elke trojkawens na, dan blijft de lening uit – dát is de stille staatsgreep, de onderwerping van Syriza is een kleinere coup erbinnen.

Eerder schreef Varoufakis over een bekentenis van Wolfgang Schäuble, de Duitse oud-minister van Financiën, die hij vroeg: ‘Zou jíj dit akkoord aangaan?’ Na een stilte zei Schäuble: ‘Nee, het is vreselijk voor je mensen.’ Varoufakis: ‘Waarom dwing je mij dan ertoe?’ Schäuble: ‘Begrijp je het niet? Dit deed ik in Ierland, in Portugal, in het Balticum. We letten op de discipline, en ik wil de trojka naar Parijs brengen.’ Dat idee hoorde Varoufakis vaker: alles draait om Parijs en Rome, Griekenland dient als afschrikking, als een ‘laboratorium van misantropie’.

De trojka en de eurolanden vormen een mozaïek van motieven. Het draait om banken en gezag over Zuid-Europa, maar ook om ideologie, geldelijk gewin en het niet willen toegeven van misgrepen. En wraakzucht. In 2010 dineerde Timothy Geithner, destijds Amerika’s minister van Financiën, met de Europese leiders. Hij legde zijn oor te luisteren: ‘We leren die Grieken een lesje’, citeert hij in zijn memoires. ‘Ze logen ons voor; we zullen ze vermorzelen.’

Welzeker valt vorige Griekse regeringen veel te verwijten, nepotisme en corruptie tierden welig. Ook in de maatschappij: families die het pensioen van een overleden grootouder blijven innen, voorgewende blindheid om een uitkering te krijgen, de foefjes zijn bekend. Maar dat is niet ‘uniek Grieks’ en je kunt niet van een ‘schuldige samenleving’ spreken.

‘Als je een wandaad wil verhullen, bewees Shakespeare al, moet je er nog één plegen. Zo begon ook dit debacle’

In een interview op afstand – hij is aldoor op reis voor DiEM25, zijn nieuwe partij – vertelt Varoufakis: ‘Als je een wandaad wil verhullen, bewees Shakespeare al, moet je er nog één plegen, en nog één… tot je een absurd, verward web hebt geweven. Zo begon ook dit debacle. Berlijn en Parijs stelden via de lening hun banken veilig – zonder aan later te denken. Maar voor het akkoord van de parlementen, ontdekten ze, was hardheid richting de Grieken nodig. Dus bracht Berlijn het imf aan boord, de dwingeland van noodlijdende landen, om ons ’s werelds grootste besparingen ooit op te leggen. Toen imf-analisten hun chefs inlichtten dat er een mislukte staat zou ontstaan, werd hun gezegd te zwijgen en de “juiste” uitslag op schrift te voorspellen.’

Medium gettyimages 654033500

Athene, 13 maart. Soepkeuken gerund door de Grieks-orthodoxe kerk © Milos Bicanski / Getty Images

De economie was in 2012 al bijna een kwart gekrompen. ‘De trojka raakte in paniek’, zegt Varoufakis. ‘Om de fouten te maskeren, schreef ze een tweede lening uit en creëerde ze een kleine speculatiegolf die ze tot “het Griekse succes” doopte, om te veinzen dat het programma deugde. Waagde je het een fiasco te noemen, dan zei de trojka dat Athene het niet goed doorvoerde, wees ze met moraliserende vinger naar de Griekse pensioenen, de onwaardige werkers, de omkoperij en andere Griekse gebreken die uiteraard bestaan, maar er in dit geval niet toe doen.’

TOEN HET JOURNAAL de ‘Griekse redding’ meldde, begreep Harald Schumann dat er méér speelde. De journalist had voor dagblad Der Tagesspiegel sinds de val van Lehman Brothers over het geldsysteem geschreven, hij wist van de Duitse miljarden in Griekenland die gevaar liepen; de bankenredding werd verbloemd. ‘Dat schreef ik op’, zegt hij per telefoon, ‘en ineens was ik een “complotdenker”. Een emotioneel nationalisme trok door de gehele Duitse kwaliteitspers, die tot aan vandaag trouw de kabinetslijn volgt. Raadselachtig.’

Voor de documentaire Trail of the Troika interviewde hij Jörg Asmussen (ecb), Albert Jäger (imf) en Thomas Wieser (eurowerkgroep). Op elke vraag over mislukking of bewijs van Grieks herstel volgden formele zinsneden of ontkenning, van ‘dat zie ik anders’ tot ‘geen commentaar’. Schumann: ‘Ze toonden me de geest van de technocraat: alleen de marktdoctrine telt. Zelfs toen het imf toegaf dat het de besparingen foutief had becijferd, wijzigde de trojka geen jota aan haar program. Het kan deze mannen niet schelen welke ellende ze bij Grieken aanrichten, ze rijden van hotel naar vergaderzaal, ze wíllen het niet zien.’

De machtsgreep in Griekenland wordt door geen enkel EU-verdrag ondersteund, weet Schumann. ‘Het is een volstrekte verachting van democratie. Het maakt me kwaad: wéér trekt Berlijn ten strijde. In juli 2015 zei Jürgen Habermas dat Merkel “in één nacht een halve eeuw van Duitse diplomatie had verkwanseld” – drie weken kreeg ik geen woord op papier, want het was waar. Maar zelfs bij mijn krant leeft de trojkamythe voort. “Ik was onlangs in Griekenland op vakantie”, zei de cheffin van de politieke redactie, “en zag geen stervende kinderen, hoor.” Wat bezielt zulke “serieuze” mensen toch?’

ELKE WOENSDAG VOLTREKT zich een ritueel in de rechtbank van Athene, al jarenlang. Om vier uur verzamelt Leonidas Papadopoulos met broer Ilias de leden van Den Plirono (‘Ik betaal niet’). Hun metersbrede spandoek met de leus ‘Niet één huis in bankiershanden’ schermt de deur naar de rechtszaal af. Zo weert de groep de notarissen die afkomen op de gedwongen veiling van ditmaal 25 woningen.

Leonidas wijst naar een verre hoek, waar acht of negen ‘kraaien’ op bankjes wachten. ‘Langs ons komen ze niet!’ De groep omsingelt de notarissen en schreeuwt in hun gezicht: ‘Wegwezen! En vlug!’ De bebaarde broers nemen twee vrouwen bij de arm, hun aktetas tegen het lijf geklemd, en duwen ze naar de uitgang. Ze gehoorzamen gedwee. ‘Opdat de cholera verdwijnt’, zingt het verzetskoor.

De rebellie is geslaagd. ‘Niet één huis is hier geveild,’ zegt Leonidas, ‘we hebben er twaalfduizend gered.’ Veel eigenaren kunnen hun hypotheek niet meer betalen, ‘maar een huis behouden is niet immoreel, het is een mensenrecht’, stelt de actiegroep. De Griekse banken kampen met slechte leningen en de ecb wil de balansen met minstens veertig miljard euro opschonen, waarvoor ze de veilingen als oplossing ziet.

Den Plirono-lid Nikos houdt de notarissen scherp in de gaten. De magere man is werkloos en lijdt aan longkanker, zijn inkomen is nul. Hij woonde een tijdje in het donker, totdat Leonidas zijn stroom illegaal weer aansloot. ‘Twee kraaien in de cafetaria!’ roept Nikos opeens. Ze pogen er heimelijk een huis te verkopen, wat verboden is, weet Leonidas. ‘We pakken ze!’ schreeuwt hij. En masse valt Den Plirono het eettentje binnen en bestormt een klein, mollig, gepoederd dametje, dat als weerwerk een groepslid tegen de toog sodemietert: arm uit de kom, een tranenvloed. Wonderwel belandt ze buiten, tegen de muur, omsloten door agenten. Zwijgend hoort ze Leonidas’ verwijten aan, het hoofd afgewend.

Het bloed van de aanwezige priester, met lange baard en in zwart gewaad, kookt. Hij biedt de groep ‘spirituele bijstand’, maar wil nu woest door het politiehaagje breken. ‘Als ik haar stomp, wat doe jij dan?’ vraagt hij een agent. ‘Op naar het bureau!’ Agent: ‘Hoe, te voet?’ Priester: ‘Is dat soms slecht voor haar hoge hakken? Blijft ze hier, dan declareert ze overuren! Straks verkoopt ze jouw huis! De duivelskraai. Moge ze al haar geld aan medicijnen verliezen!’

Alsnog voert een politieauto de notaris weg, met de groep in haar kielzog. Bij het bureau mijmert Leonidas over de aangifte, wegens geweld en een onwettige veiling – maar de notarissen zullen terugslaan, als de verkoop zich naar het internet verplaatst. De trojka dringt aan op 27.000 veilingen in twee jaar (anders volgt er geen lening) en Syriza moet zich daarom via onlineveilingen van Den Plirono ontdoen. Het is maar de vraag of er veel bieders zijn; de verkoop van woningen daalde in crisistijd met negentig procent, terwijl de prijs is gekelderd.

‘Vindt dit doorgang’, zegt Leonidas, ‘dan staan deze winter de eerste gezinnen op straat. Dan is het vreedzame verzet voorbij en trekt men pistolen.’ Hij wil een list verzinnen: ‘Wellicht treden we hard op tíjdens de ontruiming, maar het liefst dring ik de notariskantoren binnen, dat is privé-terrein, maar iemands woning ook.’

DE OMKOPERIJ IS SPRINGLEVEND, nog steeds – maar nu aangejaagd door de trojka. In het Griekse spinnenweb bevinden zich oligarchen, de massamedia, de banken en de oude regeringspartijen. Alle zijn vervlochten: de bouw- en scheepsmagnaten bezitten de kranten en omroepen, die positief berichten over Pasok en Nea Dimokratia. Als tegenprestatie boden de ministers gunstige wetgeving en grote projecten aan de oligarchen. Soms werd vervolging tegengehouden en zowel de politiek als het grootbedrijf ontving grote leningen van banken, die vrijelijk mochten opereren. Syriza stond buiten het systeem, bij aantreding was de partij zo goed als schoon en wilde ze het cliëntelisme ten einde brengen. Op papier deelde de trojka die wens. Maar: ‘Ik betwijfel of Syriza de juiste partij is om de corruptie te bestrijden’, zei Dijsselbloem.

In het voorjaar van 2010, ten tijde van het eerste akkoord, telde Griekenland meer dan vijftig dag- en weekbladen. De meeste draaiden verlies, wat de rijke eigenaars niet deerde, want ze boden politieke invloed. In de media klonk vrijwel niets anders dan rechtvaardiging van het trojkabeleid. Rondom het referendum van juli 2015 kreeg het trojkakamp zesmaal meer zendtijd op de commerciële tv dan het ‘nee’-kamp. De oligarchen steunden de trojka doorlopend en de beloning bleef niet uit.

In café De Blauwe Papegaai licht Nikolas Leontopoulos dat toe. De onderzoeksjournalist zocht uit dat de trojka ieder jaar één uitzondering maakt: ‘Een belasting van twintig procent op media-advertenties is in de akkoorden opgenomen, maar invoeren hoeft niet, als enige.’ En de oligarchen betaalden niet voor hun tv-licenties, wat de Griekse Raad van State illegaal noemde, maar de trojka keek het aan.

Oligarchie is een Grieks woord: ‘de macht aan weinigen’. Het Griekenland van vóór de trojka was al een halve oligarchie, maar sinds mei 2016 is deze staatsvorm werkelijkheid geworden. Het parlement nam toen – na de gangbare chantage – een wetsvoorstel van zevenduizend pagina’s aan en richtte zo het door Schäuble verlangde Superfonds op, dat bijna al het staatsbezit onder de hamer brengt. Wie door het digitale portfolio bladert, komt langs jachthavens en vliegtuigen, stranden en eilanden, water- en gasbedrijven, kastelen en villa’s, post- en gokkantoren, viaducten en spoorwegen, warmwaterbronnen en stadions, alles in de uitverkoop. Op papier is het oogmerk van het privatiseringsfonds nobel: ‘Een zo hoog mogelijke opbrengst voor de Helleense Republiek.’ In de memoranda staat dat ‘vlugge verkoop tegen dumpprijzen’ onwenselijk is, maar precies dat is gaande. En hoewel premier Tsipras bedong dat een kwart van de opbrengst naar Griekse investeringen zou gaan, is dat in een latere versie stilletjes verwijderd.

Een Grieks primair begrotingsoverschot (vóór rentebetaling) is voor de trojka bovenal van belang, schrijft Joseph Stiglitz in De euro, want ‘crediteurlanden als Duitsland willen hun geld terugzien’. Alleen door dat overschot kan Athene steeds aflossen, de trojka verlangt dan ook drieënhalf procent meer inkomsten dan uitgaven, wat ongekend hoog is. Onvermijdelijk verstikt dat de economie, maar Berlijn, Parijs, Den Haag en Washington zijn er tevreden mee.

Intussen belandde de haven van Piraeus in handen van een Chinees staatsbedrijf, de spoorwegen zijn nu van de Italiaanse overheid, beide voor een schijntje. Ook Duitsland vaart er wel bij: staatsonderneming Fraport nam veertien regionale vliegvelden over. Syriza hield de verkoop tegen, maar Berlijn nam hem op in het derde memorandum en dus was de overdracht bezegeld. Fraport verdient er miljarden aan.

‘De trojka had een afkeer van termijnen. Betaal je niet alles ineens, dan verlies je ook je huis, zulke dreigementen’

Maar de meeste voordelen gaan naar de oligarchen. Dimitris Melissanidis, bijvoorbeeld, nam met een Grieks-Tsjechisch consortium het staatsgokkantoor Opap over voor tweederde van de marktwaarde. Reden voor verkoop was er niet; Opap draaide winst. Kort daarop moest de eerste privatiseringschef Stelios Stavridis aftreden omdat hij in het privé-vliegtuig van Melissanidis naar het eiland Kefalonia was gevlogen.

Anderhalf jaar verzette Syriza zich tegen de verkoop van het oude vliegveld van Athene aan Spyros Latsis, ’s lands grootste zakentycoon, die onder meer Eurobank bezat – de herkapitalisatie van die bank had de Griekse staat al eens 13,3 miljard euro gekost. De luchthaven aan de Egeïsche kust, zes miljoen vierkante meter groot, huisvestte een vluchtelingenkamp, dat onlangs is ontruimd. Latsis wil het terrein omvormen tot een privé-stad van weelde, met een zevensterrenhotel. Ook ditmaal dreigde de trojka een tranche van 7,5 miljard euro niet uit te keren als Elliniko niet vlug werd geprivatiseerd. Dus zette Tsipras zijn handtekening, wat 915 miljoen euro opleverde – ongeveer een derde van de waarde.

Een dubieuze rol speelde de trojka ook bij de verkoop van 28 staatsgebouwen – ministeries, politiebureaus, belastingkantoren – aan onder andere de Eurobank van Latsis. De Griekse overheid ontving er 260 miljoen euro voor en huurt de panden twintig jaar lang voor een veelvoud terug. De schade volgens een officier van justitie: zeshonderd miljoen euro.

Het bestuur van het privatiseringsfonds was immuun voor vervolging. Dat had de trojka met terugwerkende kracht geregeld, verstopt in een dik dossier met talloze aan te nemen wetten, getiteld: Maatregelen voor groei van de Griekse economie. De aanklager verlegde de aandacht daarom naar zes adviseurs, onder wie drie leden van de eurowerkgroep: een Spanjaard, een Slowaak en een Italiaan. De rechtszaak ving aan, maar op 24 mei 2016 kwam de eurogroep bijeen, waarbij Dijsselbloem – volgens de krant Kathimerini – tegen de Griekse minister riep: ‘Dit vind ik onacceptabel!’ Een week later dreigde de Europese Commissie achter de schermen een miljardentranche tegen te houden als de Spanjaard, Italiaan en Slowaak niet vrijuit gingen. Diezelfde dag nog volgde er een voorlopige vrijspraak.

Een maand nadien, ontdekte journalist Leontopoulos, voegde de trojka een paar zinnen toe aan een wet over cybermisdaad, al weer mooi verholen: geen expert of adviseur is voortaan aansprakelijk. ‘Aan geen parlement is de trojka verantwoording schuldig’, zegt Leontopoulos in het café, ‘en aan enige rechtbank evenmin.’

‘WE VERKLEINEN de ongelijkheid’, schrijft de trojka, en papier is geduldig. In 2015 publiceerde het Duitse imk-instituut dat in de vroegste crisisjaren de belasting van de laagste Griekse inkomens met 337 procent was gestegen, tegen negen procent voor de hoogste. Sindsdien kwam er elf procent btw bij en nu moeten zelfs alle eenmansbedrijfjes hun belasting vóóruit betalen.

Negentig miljard euro bedraagt de belastingachterstand. Bijna één op de twee Grieken staat voor minder dan vijfduizend euro bij de fiscus in het krijt. ‘Wat hoog genoeg is om hun leven te verwoesten’, zegt Nadia Valavani, die er als Varoufakis’ onderminister over ging. ‘Duizenden zijn erom in de cel beland, die regel schafte ik snel af.’ Om de afbetaling draaglijk te maken, had ze honderd termijnen ingesteld: twee, drie tientjes per maand was soms doenlijk, soms al te veel. ‘De trojka had een afkeer van termijnen’, zegt Valavani, ‘ze hamerde op “belastingbewustzijn”; betaal je niet alles ineens, dan verlies je ook je huis, zulke dreigementen. Pragmatisme kent ze niet.’

Medium anp 53672515

Schoonmakers van een ziekenhuis demonstreren tegen dreigend ontslag, Athene, 11 oktober © LOUISA GOULIAMAKI / AFP / ANP

Valavani hield zich doof, zette door en een miljoen mensen sloten zich erbij aan: 7,5 miljard euro bedroeg het aflosschema. ‘Zij konden weer ademen, zeiden ze me. Eventjes… Met het derde akkoord schafte de trojka de regeling af.’

De bovenklasse mag voor haar ‘belastingzonden’ wel op de trojka’s coulance rekenen. Op 1 januari 2017 werd de Onafhankelijke Autoriteit voor Publieke Inkomsten opgetuigd, met een lid van de Europese Commissie in het bestuur. Als er tweedracht is over belastingwetgeving, dan beslist de Autoriteit, niet de minister. Toezicht door de regering is verboden. ‘Stapsgewijs wordt iedere vorm van Griekse zeggenschap weggenomen’, treurt Valavani.

Ze noemt het instituut een ‘witwasmachine voor miljardenfraude’. Niet langer Nea Dimokratia, maar de trojka is nu volgens haar de beschermheer van de rijken. ‘Varoufakis en ik stelden een nieuwe chef aan bij Sdoë, de opsporingsdienst, en we begonnen voortvarend – wat de tycoons angst aanjoeg. Dus is in het derde memorandum Sdoë door de trojka nagenoeg ontbonden.’ Twee derde van de 730 inspecteurs verkaste naar de Autoriteit, die het alleenrecht kreeg op bestraffing van fraude.

‘Meer dan dertigduizend grote belastingzaken komen te vervallen’, stelt Valavani, ‘de Autoriteit laat ze lopen, dat is de bedoeling. Die belastingontduiking van de zakenelite bedraagt miljárden! We hadden alles in het vizier. Maar “vroegere jaren moeten we niet onderzoeken”, zei de trojka, “dat heeft geen zin”. Een doorzichtig excuus… En niemand mag de Autoriteit er zelfs maar naar vragen, want die is “onafhankelijk”. Zeshonderd Sdoë-dossiers waren al afgerond, de fiscus kon ze innen, maar de trojka verklaarde ze ongeldig.’

WIE DOOR DE POORT van de Pantion-universiteit loopt, waant zich in een tropentuin. Hoge palmbomen reiken naar de wolkeloze lucht, maar de fontein spuit al lang geen water meer. De begroting van Pantion is met de helft verkleind, wat aldoor tot tumult leidt, en deze weken waarschuwen studenten in de krant voor ‘gezondheidsgevaar’.

Het bestuur moest alle schoonmakers ontslaan en het gevolg was te verwachten: in het onooglijke bijgebouw, vol marxistische leuzen, is de vloer zwart en kleverig, de ramen zijn wazig, overal liggen sigarettenpeuken en piramides van vuilnis. Ook de rector schreef een brandbrief, waarin ze de studenten opriep zelf te boenen. Eerder had ze al vrijwilligers geworven voor de bibliotheek.

Maar niemand neemt de spons ter hand. ‘Wij horen het schoon te hóuden, niet te maken’, zegt Angelina Skaila, studente sociologie. De rector huurt alleen freelance schoonmakers in voor zichzelf: ‘De marmeren gangen van het hoofdgebouw, bij de kantoren van de professoren, worden wel eens in de week geschrobd’, zegt Skaila. ‘Bij onze collegezalen komen ze hooguit eens per maand, de toiletten vergetend – wie niet ziek wil worden, plast in het hoofdgebouw.’

Uit onderzoek van Pantion blijkt dat de ‘losse’ schoonmaaksters per saldo duurder en inefficiënter zijn dan de vaste krachten, maar de trojka wil van dienstverbanden af. De Universiteit van Athene aanvaardde de toekomst al: met regelmaat ruimen studenten en docenten daar steeds een paar duizend kilo vuilnis weg.

IN HET VROEGE VOORJAAR van 2015 trokken Tsipras en Varoufakis door Europa, met een Grieks mandaat voor een ommezwaai. Ze waren vol optimisme: theorie en praktijk toonden Syriza’s gelijk, de besparingspolitiek was een echec – de argumentatie zou de eurogroep overreden. En toen zei Schäuble: ‘Verkiezingen veranderen niets’ en: ‘Regels zijn regels.’

In Brussel bleef Varoufakis de weeffouten blootleggen, maar altijd volgde daarop een stilte, vertelt hij. Na elke vergadering verklaarden ministers dat Athene ‘niet serieus’ was en ‘niet leverde’, Varoufakis was een ‘tijdverspiller, gokker en amateur’. ‘En zelfs in de eurogroep spreekt de Europese Commissie steeds eerst, daarna de ecb en het imf, en dan is het klimaat al gecreëerd’, vertelt Varoufakis. ‘De ministers – op de Duitse na – zijn bijna decoratief.’ Zo kwam het dat de Franse en Italiaanse ministers privé ‘erg begripvol’ waren, ‘maar aan tafel altijd de trojka’s kant kozen’.

Aan de telefoon klonk Dijsselbloem nog inschikkelijk, zegt Varoufakis. Het was eind januari, hun kennismaking. ‘Wat wil je met het memorandum doen?’ vroeg de Nederlander. ‘Het wijzigen’, zei de Griek. ‘Laten we gedeelde grond vinden.’ Dijsselbloem zei: ‘Dat is goed’, en stelde voor langs te komen. Daags daarna, in Athene, had Dijsselbloem zich bedacht: wilde Varoufakis heronderhandelen, dan zou de trojka een maand later de Griekse banken sluiten, op 28 februari.

‘De lijst met eisen is krankzinnig. Dit is puur ressentiment.Grotesk verraad van alles waar Europa voor stond’

‘Jeroen wilde een vlugge, vroege zege boeken’, vermoedt Varoufakis, ‘maar dat ging zo niet.’ Op de persconferentie, na afloop, had Varoufakis de trojka de wacht aangezegd. De onbeholpen handdruk volgde: ‘Je hebt zojuist de trojka vermoord’, zei Dijsselbloem, en hij liep weg. Varoufakis: ‘Sinds die dag droeg Dijsselbloem de afgang naar iedere vergadering mee, op onhebbelijke wijze.’

Zoals op 11 februari, bij de eurogroep in Brussel. ‘Driemaal zei Dijsselbloem me dat de tijd op was’, herinnert Varoufakis zich, ‘als ik tóen niet tekende voor verlenging: “De trein vertrekt vanavond.” Het akkoord liep tweeënhalve week later pas af, we konden onderhandelen, maar Jeroen zei dat het Finse parlement met reces ging en erover moest debatteren…’ Varoufakis belde Tsipras, die zei: ‘Teken niet.’ De dag erna liep Varoufakis in een hotelgang Dijsselbloem tegen het lijf en bleek het ultimatum niet te bestaan. ‘De trein is teruggekeerd?’ vroeg de Griek spottend. Nu: ‘De voorzitter van de eurogroep loog, opzettelijk, tegen een minister – bij diens eerste vergadering!’

‘Op 25 juni,’ vervolgt Varoufakis, ‘vijf dagen voor de trojka onze banken sloot, legde ze mij in Brussel een akkoord voor. Zwaardere besparingen dan ooit tevoren, plus een analyse over de staatsschuld; zo pover en verkeerd dat zelfs het imf die verwierp. Toen ik uitlegde waarom het waardeloos was, onderbrak Jeroen me: “Je moet nú zeggen of je het aanvaardt.”’ Zo niet, dan was dat volgens hem een casus belli: aanleiding tot oorlog.

Tsipras besloot een referendum over het eindbod uit te schrijven. Vlug kwam de eurogroep weer bijeen. Op 30 juni liep het oude akkoord af, maar de volkspeiling vond pas 5 juli plaats, dus Varoufakis vroeg een korte verlenging aan. ‘Dan kon men stemmen zonder vrees’, zegt hij, ‘zonder dichte banken. Maar op vrees zinde de eurogroep juist, voor de “ja”-stem, en ze weigerde.’

Het spel was op de wagen. Griekenland bleef op 30 juni bij het imf in gebreke en voegde zich als wanbetaler bij Soedan en Somalië. Van de trojka ontving Varoufakis een e-mail, ter herinnering dat ze per direct alle miljarden kon vorderen. Hij stuurde een citaat van een Spartaanse koning terug: ‘Kom ze maar halen.’

Naderend onheil was bijna tastbaar, rondom het referendum. Gesloten banken, een tweespalt tussen families en vrienden over ‘ja’ en ‘nee’, en de trojka deed alsof de keuze over de euro ging – en alsnog stemde bijna tweederde tégen verlengde versoberingen. Toen Varoufakis naar de regeringsvilla toog, trof hij Tsipras niet in vervoering, maar verontrust: hij wist dat de trojka de uitslag zou wegwuiven. Varoufakis wilde doorduwen, maar de premier was moegestreden. De ochtend daarop diende Varoufakis zijn ontslagbrief in.

Tsipras bezweek een week later, in een Brussels overleg dat zeventien uur duurde. Ieder uur bedong Schäuble méér. Toen is Tsipras ‘gekruisigd’, zei een ingewijde, in een ‘theater van wreedheid’, volgens een ander. Varoufakis keek televisie en zag de Spaanse premier Rajoy voor de lens verschijnen. Hij zwaaide met het ‘document van overgave’, zeggend: ‘Dit overkomt je als je stemt op het Syriza van Spanje’, oftewel Podemos.

Die dag raasde ‘Dit is een coup!’ over het internet en schreef Paul Krugman in The New York Times: ‘De lijst met eisen is krankzinnig. Dit is puur ressentiment, vernietiging van soevereiniteit, zonder hoop op verlichting. Het is een grotesk verraad van alles waar het Europese project voor stond.’ Vanuit de verte is het zicht soms helderder.

In Den Haag vergaderde Jeroen Dijsselbloem erover met Kamerleden en vvd’er Mark Harbers wilde weten of het akkoord wel ‘streng, strenger, strengst’ was. De pvda, bij monde van Marit Maij, wist het dictaat op te doffen tot ‘solidariteit met het Griekse volk’. En Dijsselbloem zei: ‘De democratie is niet geschaad door dit akkoord.’ En: ‘Ik heb zes maanden met Griekse politici aan tafel gezeten bij wie elke zin ideologisch was. (…) Waar ik iets mee heb, is perspectief bieden aan Griekenland.’

Varoufakis is er nog steeds boos over. ‘Er is niets ideologischer’, zegt hij, ‘dan de pretentie dat dit program enkel een technische kwestie is. Toen ik verwees naar de humanitaire crisis, die voortvloeit uit de economische, kastijdde Dijsselbloem me om “te politieke” taal. Maar wat is politieker dan de weigering om wijdverspreide honger, abjecte armoede en een suïcidegolf als humanitaire crisis te benoemen?’

OM MIDDERNACHT is het koffiehuis aan de avenue Alexandras nog hel verlicht, voor het laatst. Met een bezem veegt Thodoris de vloer schoon, hij verhangt de stroomdraden – verder is de zaak leeg, alles weggeruimd, het bankroet bezegeld. De vijftiger kijkt er lijdzaam bij; hij loopt acht maanden huur achter, het was wachten op dit einde.

Acht maanden staan voor achtduizend euro, plus zesduizend voor de elektriciteit. ‘Terwijl ik op een dag honderd euro omzet draai’, zegt Thodoris, ‘waarvan ik een serveerster inhuur en inkopen doe. Voor mijzelf blijft er vijf euro over, na elf werkuren. Voor velen is een kopje koffie al tijden te duur.’ Hij is cultureel antropoloog, spreekt vier talen, maar wie wil hem? Men vraagt hooguit om souvlaki-koeriers, niet om academici; een economie in overlevingsmodus, niemand investeert. ‘Was ik jong, dan nam ik ook deel aan de grote Griekse exodus. In het Noorden is er leven.’

Op de drie panden hiernaast prijkt al het welbekende enikiazete-biljet: te huur. ‘We verbeteren het zakenklimaat’, schreef de Commissie, terwijl in elke straat verweesde winkels te vinden zijn, bestoft en in verval – in trojkatijd gingen meer dan tweehonderdduizend rolluiken neer. In de nog geopende boetiekjes is het altijd uitverkoop, wat niet wil zeggen dat er klanten komen. Alleen de goudwinkels die tegen spotprijzen het familiezilver opkopen doen goede zaken.

De trojka kwam, zag en veranderde alles. Ze wilde de economie omvormen, tot wedijver aansporen, en in zekere zin is dat gelukt. De collectieve afspraken zijn van honderdveertig teruggebracht tot acht, de baas bepaalt: vindt hij het verlaagde minimumloon te hoog, dan biedt hij vijftien euro per dag aan, zonder verzekering of betaalde overuren. Salaris keert hij maanden later uit, soms vervangen door tegoedbonnen. Voor een vacature bellen er honderden mensen. ‘Houd je van hard werken?’ horen ze. ‘Bewijs het maar!’ De inschikkelijkste wint.

In de herfst van 2010 begon Louka Katseli als minister van Arbeid en als erfenis trof ze een ontmanteld cao-systeem aan, weggegeven door haar voorganger. ‘Het duurde maanden om de trojka ervan te overtuigen de collectieve afspraken deels in ere te herstellen’, vertelt ze. ‘Maar het kon: in het eerste jaar was ze nog voor rede vatbaar.’

In 2011 verhardde de trojka; ze nam de agenda over van grote hotelketens, massamedia, banken en de industrie, en verordonneerde een extreem flexibele arbeidswet. ‘Volgens de trojka belemmerde mijn wetsrevisie de concurrentie’, vertelt Katseli. ‘Ik moest het voorstel intrekken, maar dat weigerde ik.’

Een maand later was er ineens een herschikking van het kabinet, Katseli werd eruit gezet, tot parlementariër verlaagd. En toen ze tegen de terugkeer van de trojkawet stemde, volgde verbanning uit de Pasok-partij. ‘Sindsdien’, zegt ze, ‘is de trojka’s opstelling helder: een open oor voor het grootbedrijf, doof voor vakbonden en ministers.’

In 2014 was er een vreemd melkdispuut, waarover de regering bijna viel. De trojka gebood de omschrijving van verse melk van vijf tot elf dagen op te rekken, waardoor import mogelijk werd en de prijs zou dalen. Volgens Joseph Stiglitz was dit een cadeau aan de Hollandse zuivelbranche, als dank voor Den Haags trouwe bijstand aan Berlijn. En inderdaad: in de jaren na het besluit steeg de uitvoer van Nederlandse melk naar Griekenland – en gingen er Griekse boeren failliet. Ook de melkwet was een voorwaarde voor uitkering van de lening. De onderminister van Landbouw stemde niet tegen, maar stapte op. ‘Mijn ethiek’, zei hij erbij, ‘staat me niet toe de financiering van mijn land in de waagschaal te stellen.’

TEGENWOORDIG LOPEN trojkaleden niet zomaar meer een ministerie in, ook mogen ze de boeken niet langer doorvlooien. Ze wachten in het Hilton Hotel de Grieken op, onder wie Nasos Iliopoulos, topambtenaar bij Arbeid. ‘Een dictaat is een dictaat’, zegt hij. ‘Daarover lieg ik niet.’ Vaak vergadert hij met de trojka en onlangs zei het imf hem: ‘Jullie expertise doet niet ter zake.’ Hij poogt te redden wat te redden valt.

Boven zijn bureau, met zicht op de zwervers van het Klafthmonosplein, hangt een schilderij van een arbeider met pikhouweel, levensgroot. Iliopoulos, een donkere dertiger, werpt er een blik op. Maar hier komt de trojka niet langs, hier kan hij het Griekse daglonerschap niet toelichten. ‘Ik spreek in cijfers, zoals de trojka wil, kort en concreet – ieder voorbeeld uit de levens waarover ze beslist, vindt ze irrelevant.’

Al die jaren draagt de trojka dezelfde boodschap uit, zegt hij: volg de hervormingen, dan verbetert de economie. ‘Alsof je met kardinalen vergadert: één heilige visie. Liberalisering is goed – is de realiteit anders, dan ligt dat aan de realiteit. Zolang de werkgever maar zegeviert over de werknemer, dat is haar model, als idee voor heel Europa.’ Even later vervalt Iliopoulos in grimmige gedachten. Hij peinst, probeert één positief punt te vinden binnen alle dictaten. En hij vindt er geen. ‘Griekenland moest competitiever worden, daarom draait deze ellende, maar zelfs dat is mislukt. Alléén de handelsbalans is “verbeterd”, omdat de import terugloopt, uit geldgebrek. Wat een wapenfeit! Je kunt ook werklozen doden om de balans te verbeteren – godzijdank oppert niemand dat tot dusver.’

Bron: groene.nl