‘Politici zijn verblind door herstel van de economie’

‘Politici zijn verblind door herstel van de economie’

Hans Stegeman, investeringstrateeg bij Triodos en voormalig hoofdeconoom Nederland bij Rabobank, vindt dat het sturen op economische groei zijn beste tijd heeft gehad. Hij ontwikkelde daarom samen met Universiteit Utrecht een welvaartsindicator die meer meet dan de omzet van een land. ‘Het draait in het leven niet alleen om productie.’

‘Bbp per capita is een slechte maatstaf voor welvaartsontwikkeling.’ Met deze zin begint een onderzoekspublicatie van Rabobank uit 2016 over welvaartsindicatoren, geschreven door Hans Stegeman, toen nog hoofdeconoom Nederland van die bank. Stegeman gaat in dit onderzoek op zoek naar alternatieven voor het bruto binnenlands product (bbp). Indicatoren die naast economische, ook ecologische of sociale aspecten meten. ‘Met een indicator van brede welvaart kun je sturen op duurzame vooruitgang,’ licht Stegeman zijn speurtocht toe.

Follow the Money sprak met Hans Stegeman over economische groei als onderdeel van het dossier ‘De economische religie’, waarin we economische dogma’s tegen het licht houden en zo nodig aan de kaak stellen.

Duurzaam ondernemen

Alvorens het bbp aan bod komt, gaat het gesprek over Stegeman’s nieuwe werkgever. Hij heeft zijn functie bij de Rabobank namelijk ingeruild voor de titel head of research and investment strategy bij Triodos Investment Management. Bij deze beleggingstak van Triodos Bank houdt hij zich bezig met Socially Responsible Investment (SRI) fondsen. Deze fondsen beleggen in beursgenoteerde ondernemingen die bovengemiddeld scoren op sociaal en milieugebied. Een keuze die past bij zijn overtuigingen. ‘Als je de juiste bedrijven financiert krijgt de economie automatisch een impuls in duurzame richting.’

‘De huidige MVO-rapporten zijn bij elkaar geraapte succesverhalen’

‘De klanten van Triodos willen hun geld investeren in bedrijven die op positieve wijze bijdragen aan de wereld. Dat staat bovenaan. Wij focussen daarom niet in eerste instantie op het maximeren van rendement in onze strategie,’ legt Stegeman uit. Voor hemzelf was dit de belangrijkste motivatie om Rabobank te verlaten. ‘Natuurlijk willen onze klanten een gezond rendement, maar duurzaamheidsprincipes staan voorop. Wat doen deze beursgenoteerde bedrijven nou goed? Helaas is deze manier van beleggen nog een niche.’

Stegeman is ervan overtuigd dat duurzaamheid meer aandacht zou krijgen als bedrijven verplicht worden om hun impact niet alleen in financiële termen te rapporteren. ‘De huidige rapporten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) zijn vaak bij elkaar geraapte succesverhalen die je niet met elkaar kunt vergelijken. Dat verandert wanneer elk bedrijf een gestandaardiseerde rapportage op moet leveren, met naast financiële resultaten ook de sociale impact en gevolgen voor de leefomgeving.’ Als je bedrijven goed met elkaar kunt vergelijken is het eenvoudiger om investeringsbeslissingen te baseren op meer dan alleen financieel rendement. Stegeman: ‘Er is behoefte aan een standaard. Die hoeft helemaal niet perfect te zijn, zolang het maar eenduidig is.’

Meer dan productie

Voor de macro-economie geldt volgens Stegeman hetzelfde. Cijfers kunnen helpen om geïnformeerde beleidskeuzes te maken. ‘Maak inzichtelijk wat keuzes betekenen en kwantificeer die, ook niet-financieel. Vervolgens kun je in het publieke domein de afwegingen maken.’

Omdat je met het bpp zaken in geld uitdrukt wil nog niet zeggen dat het helpt om goede beslissingen te maken. ‘Hoe weeg je 10 hamburgers af tegen een dijkverhoging? Dat kun je in geld uitdrukken maar dat levert geen zinnig antwoord op.’

Waar Stegeman zich het meest aan stoort zijn politici en economen die net doen alsof bbp-groei altijd nuttig is. Uitspraken van een zekere politicus [premier Mark Rutte, red] zoals ‘koop allemaal een nieuwe auto want dat is goed voor de economie’ getuigen van kortzichtigheid. ‘Er is meer dan productie alleen.’

Oorlog

Om te begrijpen waarom het bbp – ondanks de beperkingen die ik in mijn artikel ‘Hoe een cijfer onze economie gijzelt (en vooruitgang tegenhoudt)’ schetste – toch zo’n belangrijke sturingsvariabele voor politici en bestuurders is geworden, moeten we volgens Stegeman naar de geschiedenis kijken.

Het is een parameter die stamt uit een tijd van oorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het een nuttig instrument om de oorlogsindustrie in gang te zetten en daarna om de wederopbouw te meten. ‘Wanneer alles in puin ligt is het van groot belang om de productie weer op peil te krijgen. Daarvoor is het bbp wél een geschikte indicator.’

Als de productie weer op gang is gaan er vanzelf ook andere factoren meespelen. ‘Het zou daarom nuttig zijn om beleidskeuzes af te wegen op basis van een indicator die brede welvaart en welzijn weerspiegelt. Iedereen die iets afweet van het bbp, zal je vertellen dat het daarvoor geen bruikbare maatstaf is.’

De econoom Simon Kuznets, die vanwege zijn empirisch onderzoek naar economische groei wordt beschouwd als de grondlegger van het bbp, zei het al in de jaren dertig: ‘De welvaart van een natie kan nauwelijks worden afgeleid uit een meting van het nationaal inkomen.’ De vermoorde Amerikaanse presidentskandidaat Bobby Kennedy was eind jaren zestig nog duidelijker over het bbp: ‘Het meet alles, behalve dat wat het leven de moeite waard maakt.’

Hans Stegeman
“Hoe weeg je 10 hamburgers af tegen een dijkverhoging? Dat kun je in geld uitdrukken maar dat levert geen zinnig antwoord op”

Cijfer paradigma

Stegeman denkt dat je opnieuw met één getal moet komen om het bbp te vervangen als leidend cijfer om op te sturen. Niet omdat één cijfer alles zegt, maar omdat het simpel vergelijken is. Uiteindelijk gaat het altijd om de onderliggende afwegingen. ‘Om een paradigmaverschuiving in gang te zetten moet je wel dezelfde taal spreken. Als je ineens met een dashboard van parameters op de proppen komt, gaan mensen cijfers tegen elkaar wegstrepen en vallen er een paar van het bord.’

Stegeman werkte daarom mee aan de ontwikkeling van een welzijns-indexcijfer dat de bredere welvaarts- en welzijnsontwikkeling in Nederland meet. Hij deed dat in een samenwerkingsverband tussen Rabobank en Universiteit Utrecht. De Better Life index van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vormde hiervoor de basis. Dat is een index die het mogelijk maakt om landen met elkaar te vergelijken op basis van cijfers over de kwaliteit van leven.

Stegeman en zijn mede-onderzoekers legden de focus op Nederland. Naast parameters als inkomen en werkgelegenheid hebben ook gezondheid, het milieu en de work-life balans een plek in het indexcijfer. ‘Het is geen perfect cijfer, maar het is een gebalanceerde mix van belangrijke indicatoren van welvaart en welzijn.’ Uit het onderzoek komt naar voren dat Nederland er tussen 2006 en 2015 niet op vooruit is gegaan. ‘In 2006 was het indexcijfer hoger dan in 2015.’ Tien jaar sturen op bbp heeft dus niet voor meer welvaart en welzijn in breder perspectief gezorgd.

Methodologie

‘De politiek is op dit moment verblind door het korte termijn herstel van de economie,’ zegt Stegeman. Nu wil hij dat herstel absoluut niet bagatelliseren. ‘Ja, het gaat voor veel mensen weer beter dan een paar jaar geleden, ook in Spanje of Griekenland.’ Ondertussen schuren de structurele problemen wel voort, ook op economisch vlak. ‘Schulden zijn nu nog groter, en de rente nog lager dan in 2007 en 2008. Dat ga je niet oplossen met een beetje economische groei.’

Toch verwacht Stegeman van de opportunistische politicus niet al te veel aandacht voor het sturen op bredere welvaart en welzijn. ‘Het klinkt misschien wat somber, maar dit soort structurele veranderingen worden pas doorgevoerd als de pijn zo groot is dat je er niet meer omheen kunt.’

Stegeman denkt dat het Centraal Planbureau (CPB) wél een belangrijke rol zou kunnen (en moeten) spelen in het vervangen van het bbp als sturingsvariabele. Het CPB lijkt alleen nog niet zo ver te zijn. ‘Bij het doorrekenen van de verkiezingsplannen werd nog vooral gekeken naar budgetten, banen- en bbp-groei. Het CPB bekijkt de economie nog steeds alsof het uitsluitend om economische groei draait.’

‘Er bestaat geen perfect cijfer. We weten wel dat er allerlei indexen zijn die een enorme verbetering zijn ten opzichte van het bbp’

De methodologische discussie tussen economen werkt ook vertragend voor de introductie van een nieuw indexcijfer. Is het wel het juiste cijfer, hoe formuleren we zaken en wat zijn de minima en maxima? Dat zou volgens Stegeman echter geen belemmering mogen vormen. ‘Er bestaat geen perfect cijfer. We weten wel dat er allerlei indexen zijn die een enorme verbetering zijn ten opzichte van het bbp. Bovendien kun je over de methodologie van het bbp dezelfde bezwaren opwerpen, maar die discussie wordt niet heropend.’

Blijven we echt sturen op bbp, simpelweg omdat we eraan gewend zijn of omdat economen het niet eens kunnen worden over de definitie van een vervangende index? De zoektocht gaat verder. Volgende stop: het CPB.

Bron: Ftm.nl